Pain Still Hurts

Datum promotie 
vrijdag, juni 8, 2012
Promovendus 
Sabine J.G.M. Ahlers
Promotor 
Prof.dr. D. Tibboel
Prof.dr. C.A.J. Knibbe
Copromotor 
Dr. E.P.A. van Dongen
Naam universiteit 
Erasmus Universiteit Rotterdam
Nederlandse samenvatting 

Pijn op de intensive care is een veel voorkomend probleem, waarbij 63-77% van de patiënten pijn rapporteert. De behandeling van pijn vormt daarom een essentieel onderdeel van de zorg voor intensive care patiënten. Adequate pijnbehandeling versnelt het fysiologisch her- stel en verminderd stress, waardoor de morbiditeit en mortaliteit afneemt. Daarnaast draagt adequate pijnbehandeling bij aan de dagelijkse standaard patiëntenzorg en is dan ook één van de kwaliteitsindicatoren in de Nederlandse ziekenhuizen. Ook werd het belang van een goede pijnbehandeling groter, naar aanleiding van het nieuwe standpunt met betrekking tot de ideale diepte van sedatie, die is gewijzigd van diepe sedatie in combinatie met spier- relaxantia naar lichte sedatie.
Adequate pijnbehandeling kan alleen maar worden bereikt door het gebruik van effectieve methoden om pijn te herkennen, te evalueren en te monitoren. Het is daarbij noodzakelijk kennis te hebben van de meest geschikte pijnschalen, en inzicht te hebben in welke behan- delaar pijn zou moeten meten indien de patiënt niet in staat is te communiceren. Echter, pijnmeting in intensive care patiënten is gecompliceerd als gevolg van onderliggende mor- biditeit en verminderd bewustzijn, waardoor de pijnscore van de patiënt mogelijk ontbreekt.
Wat betreft analgetica vormen morfine en paracetamol de hoeksteen van de pijnbehande- ling op de intensive care. Hoewel beide analgetica veel gebruikt worden en al uitgebreid onderzocht zijn, de optimale dosering van deze analgetica wat betreft effectiviteit en veilig- heid is nog niet bekend, waarbij in het bijzonder morfine gekarakteriseerd wordt door een grote inter-individuele variabiliteit in analgetisch effect.
In dit proefschrift werd de meest optimale methode voor het meten van pijn bij intensive care patiënten onderzocht. Er zijn verschillende pijnschalen geëvalueerd. Tevens is geïden- tificeerd welke behandelaar pijn zou moeten meten, indien de patiënt zelf hiertoe niet in staat is. Als tweede hadden we als doel het pijnbeleid te verbeteren tijdens rust en tijdens onvermijdelijke routine procedures bij patiënten na hartchirurgie. Daarbij hebben we de invloed van genetica op pijngevoeligheid onderzocht, en hebben we getracht voorspellers te vinden voor het ontwikkelen van chronische thoracale pijn bij deze patiënten. Tevens was een deel van het onderzoek gericht op de farmacokinetiek van morfine in intensive care patiënten, waarvoor een populatie farmacokinetisch model ontwikkeld werd. Tot slot werd de veiligheid van paracetamol in postoperatieve patiënten na hartchirurgie geëvalueerd.

Hoofdstukken

  1. Pain assessment and pain management in intensive care patients
  2. Comparison of different pain scoring systems in critically ill patients
  3. Use of the behavioral pain scale to assess pain in conscious sedated patients
  4. Improved analgesia after realisation of a pain management programme in intensive care patients after cardiac surgery
  5. Efficacy of an intravenous bolus of morphine 2.5 versus morphine 7.5 mg for procedural pain relief in patients after cardiothoracic surgery in the intensive care: a randomised double-blind controlled trial
  6. The Val158Met polymorphism of the catechol-O-methyltransferase (COMT) gene is associated with increased pain perception in morphine treated-patients undergoing a painful procedure after cardiac surgery
  7. Remifentanil during cardiac surgery is associated with chronic thoracic pain one year after sternotomy
  8. Morphine glucuronidation and elimination in intensive care patients: a comparison with healthy volunteers
  9. Aminotransferase levels in relation to short-term use of paracetamol four grams daily in postoperative cardiothoracic patients in the ICU
  10. Pain assessment and pain management in intensive care patients
Summary
Dutch Summary